Correspondent in tijden van corona

Toen ik naar Marokko verhuisde, was mijn plan om iedere maand een blog te schrijven over mijn ervaringen. Vijf maanden later begon ik aan mijn tweede blogpost. Vervolgens stelde ik het afschrijven van dat verhaal zo lang uit dat er een pandemie uitbrak en de inhoud van die blogpost totaal niet meer relevant was.

Tot vorige maand vroegen mensen regelmatig naar het verschil tussen Marokko en Israël, het land waar ik voor Marokko woonde. Voor mij was het niet altijd logisch die twee landen met elkaar te vergelijken. Marokko is een land in een andere regio, met andere talen, andere religies, ander eten en andere mensen. Natuurlijk zou ik wel gelijkenissen kunnen vinden, maar wat ze vooral met elkaar gemeen hebben, is dat beide landen mijn interesse zo hebben gewekt dat ik ernaartoe verhuisde.

Maar inmiddels is bijna de hele wereld in een noodtoestand, zitten we allemaal in quarantaine en maakt het helemaal niemand meer uit wat het verschil tussen Marokko en Israël is, hooguit het verschil in hoe de twee landen de verspreiding van het coronavirus proberen tegen te gaan.

Daarom zal ik nu geen blogpost schrijven over hoe ik nooit dacht dat ik Israël zou missen, en dat nu toch doe. Of over hoe raar het is om journalist te zijn in Marokko, waar je niet even een ministerie kunt bellen voor een opmerking en waar ik altijd check of mijn VPN wel aanstaat, zodat de autoriteiten mijn internetactiviteit niet kunnen tracken. Nu zal ik – net als iedereen – een blogpost schrijven over het effect van COVID-19 op mijn leven.

Twee weken geleden besloot ik halsoverkop met een repatriëringsvlucht van Transavia terug naar Nederland te gaan. Mijn familie is daar en Marokko ging op slot. Het idee dat iemand ernstig ziek kon worden en ik er vervolgens niet naartoe kon, was de grootste reden. De slechte gezondheidszorg in Marokko was eigenlijk slechts bijzaak.

Dus nu ben ik in een correspondent op zoek naar haar plekje in haar thuisland. Veel projecten liggen stil, het lijkt alsof mijn hele carrière even stilligt en dat vind ik moeilijk.

Zeven jaar geleden, op mijn 18e, liep ik stage bij het AD Rotterdams Dagblad en schreef toen een blog waarin ik er achter kom dat regionaal nieuws niets voor mij is en waarin ik me afvraag of de journalistiek van schrijvers als Hunter S. Thompson en Truman Capote nog bestaat. Ook toen was ik al voorzichtig met mezelf vergelijken met deze journalisten. Het is ten slotte de 21e eeuw, natuurlijk is journalistiek veranderd en daarnaast voel ik weinig voor het overmatig drugs- en drankgebruik dat bijdroeg aan het werk van de twee schrijvers.

Soms vraag ik me af of de journalistiek waar ik van droom nog wel bestaat. Misschien niet meer de journalistiek zoals Hunter S. Thompson die in Rum Diary beschreef. Een jonge journalist in de jaren 50 die voor een Amerikaanse, regionale krant in San Juan schrijft. Om hem heen de meest bizarre figuren, maar ook de meest goeie journalisten. Of het interessante mensen waren, daar blijf ik altijd vraagtekens achter zetten. Ze waren interessant genoeg om een 22-jarige jongen te inspireren tot het schrijven van een boek, dat later zou worden gezien als een meesterwerk. Maar het waren ook rondneukende alcoholisten. Rondneukende alcoholisten die met een liter rum in hun bloed betere verhalen neerzetten dan ik ooit hoop te kunnen. Hoofdpersoon Paul Kemp wil een telegram naar zijn vrienden sturen om hen uit te nodigen in Porto Rico. Tegenwoordig zou een facebookberichtje al genoeg zijn. Ja, tijden zijn veranderd. De journalistiek waarschijnlijk ook.

– Kaja in 2013

Aan het einde van die blogpost fantaseer ik over waar ik op mijn 22e zal zijn. Grappig, want ik ben nu 25 en weet allang waar ik op mijn 22e was. Na mijn stage bij het AD liep ik ook nog stage bij de Volkskrant, studeerde af met verhalen over de Palestijnse gebieden en een scriptie over journalistiek in Syrië, deed mijn master in Jeruzalem (daar was ik dus op mijn 22e), werkte als producer in Tel Aviv en verhuisde naar Marokko om als correspondent aan de slag te gaan.

Ik weet niet of mijn 18-jarige ik tevreden zou zijn met dit CV en met wie ik nu op mijn 25e ben. De coronacrisis biedt veel tijd en dat leidt tot zelfreflectie. Maar ik ben gezond, mijn familie is gezond en ik zit (nog) niet in financiële nood. Dus: vervelend, die gedwongen zelfreflectie, maar als dat mijn grootste probleem is in tijden van corona, dan prijs ik mezelf alsnog gelukkig.

Over een aantal maanden zit ik hopelijk op de bank van mijn nieuwe, net iets te luxe appartement in Marokko. Dan klaag ik weer over de VPN die altijd aan moet staan en de Marjane die geen Beyond Burger, ’t ij IPA of pepernoten verkoopt. En dan schrijf ik weer een nieuwe blogpost, en zal ik jullie vertellen wat ik precies mis aan Israël, hoe ik worstel met de switch van Palestijns Arabisch naar Marokkaans Arabisch en wat ik verwacht van de 29-jarige Kaja.

Quarantaine in Nederland

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *