Welkom in het verre Midden-Oosten

Twee weken geleden propte ik mijn hele leven in twee koffers van maximaal 25 kilo om dat hele leven vervolgens van Tilburg naar Jeruzalem te verhuizen. Na een bachelor journalistiek gespecialiseerd in het Midden-Oosten, na een half jaar Arabisch studeren en na binnen een jaar drie keer op en neer reizen naar Israël en Palestina was het meer dan logisch om definitief naar Jeruzalem te verhuizen. Om te beginnen voor een jaar, voor de master Islamic and Middle Eastern Studies, maar misschien wel voor twee jaar, drie jaar, tien jaar of hierna naar Caïro, of naar New York..(Ja, ook Amsterdam blijft een optie)

Ik heb mijn laatste avond in mijn inmiddels niet meer vaste Irish Pub en ik word voor de laatste keer dronken op pints die minder dan 12 euro kosten. Ik neem afscheid van wie achterblijft, van de belangrijksten tijdelijk, van sommigen voorgoed.  Met reden om te blijven, maar meer reden om te gaan en met nog anderhalf 013muntje in mijn portemonnee stap ik 27 juli het witte Transavia vliegtuig in.

En dezelfde dag stap ik weer uit. Ruim drieduizend kilometer verder en tien graden warmer sta ik ineens weer tussen die eindeloze falafelstands. Deze keer zonder retourticket opgeslagen in mijn Gmail.

De eerste dagen leef ik als toerist. Ik bezoek de klaagmuur, de Al Aqsamoskee, maak een tripje naar de Dode Zee (ja, daar kun je echt in drijven) en Jericho en vang daar mijn eerste Palestijnse Pokemon (een meowth). ‘s Avonds loop ik door Mamilla, de koopgoot van Jeruzalem en eindig ik op mijn favoriete melancholische uitkijkpunt bovenaan de winkelstraat. Aan de ene kant het Arabische deel van de stad en aan de andere kant de Israëlische, in het midden de Toren van David, de straten tot in de verte verlicht door een eindeloze zee aan lichtjes.

Maar aan mijn vakantie komt snel een einde. Ik meld me aan bij de Hebrew University en ontvang een studentenpas en de sleutel van mijn kamer. Ik ontmoet mijn Joodse huisgenootje, dat me nog voordat ik mijn kamerdeur heb geopend, waarschuwt voor de ‘oh-zo-gevaarlijke’ Arabische mannen. Die zullen me aanzien voor een Russische hoer, ik ben ten slotte blond.

In de pauze tijdens mijn eerste les Hebreeuws kijk ik mee op de Tinder van een klasgenootje. Als tienermeisjes lachen we om alle mooie – maar net iets te harige – Davids en Benjamins die voorbij komen. Zo normaal en westers als die pauze voelde, zo bizar is het moment dat de Israëlische docent het zinnetje ‘Rusland is niet Oekraïne’ in Hebreeuws op het bord schrijft. Samen met de Oekraïense jongen naast me schiet ik in de lach. De docent kijkt ons vragend aan. ‘I think some would beg to differ’, probeer ik hem uit te leggen. De docent haalt zijn schouders op en gaat verder met de les. Is dit onwetendheid of heb ik zojuist een lesje propaganda gekregen?

Mijn tweede weekend bestaat uit drie dagen, wat de ruimte biedt om een dagje het studeren los te laten en een aantal klasgenootjes mee de Westbank in te nemen. Terwijl het Joodse deel van de stad zich klaarmaakt voor Shabbat, stappen wij bij Damascus Gate in een Arabische bus richting Betlehem.

Als de soort van Christenen die we zijn (twee Duitsers, een Japanner en ik) bezoeken we natuurlijk de Geboortekerk. Daarna lopen we langs de muur. Ik laat iedere hartverscheurende, hoopvolle, boze of juist liefdevolle tekst tot me door dringen.

To build your world you killed theirs

All walls will fall

Now that you know, you are responsible

We love Palestine

De muur is de belichaming van de wanhoop van beide kanten in dit conflict. Op dat moment realiseer ik me heel goed waarom ik hier ook alweer ben, wat ik hier wil doen en hoe ontzettend erg ik iedereen vrede gun.

Emotioneel en fysiek uitgeput keer ik die avond terug in mijn zwaarbeveiligde campuswoning. Ik schop met moeite mijn Adidassneakers van mijn voeten. Het conflict heeft zich verplaatst van mijn Twittertijdlijn naar mijn dagelijks leven. In mijn klas zitten Palestijnen die zeggen dat zij de taal van de ‘vijand’ moeten leren en de eerste Israëli met wie ik afspreek legt mij al snel uit hoe ‘Israël vrede wil en Israël de Palestijnen alles geeft, maar hoe zij liever het slachtoffer blijven.’ Tijdens beide gesprekken krijg ik trillende handjes en begint mijn hart sneller te kloppen. Ik kan niet meer even offline gaan, dit soort statements zijn vanaf nu dagelijkse kost.

Ik staar naar de witte schoenen op de bleke, stenen vloer van mijn kamertje. Straks kijk ik de nieuwe afleveringen Suits en eet daarbij mijn pastasalade alsof ik hem bij de Plus op het Tilburgse Pieter Vreedeplein heb gekocht. Ik sta op, zet mijn laptop aan en blast gewoon, net als altijd, Opgezwolle uit mijn speakers. Zo heb ik mijn eigen wereld op deze bizarre plek aan de andere kant van de wereld.

Welkom in het Verre Midden-Oosten.

Israel aug 2017_0199

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *