Het is nog niet voorbij

Toen ik zes was leerde ik schrijven. En op diezelfde leeftijd ontstond mijn passie. Mijn passie voor woorden, voor zinnen, voor taal. Mijn passie voor schrijven. Ik schreef verhalen over prinsessen die verdwaald waren en verhalen over dieren die konden praten. Ik maakte mijn eigen tijdschrift ‘De Dierenkrant’, de leukste weetjes en de leukste verhaaltjes over dieren kon je daarin vinden.

Ik was nog geen negen toen ik mij realiseerde waar vlees vandaan kwam. De dieren waar ik altijd over schreef, waar ik creatieve namen voor bedacht en die ik de spannendste avonturen liet meemaken, die werden vermoord en kwamen dan op mijn bord terecht. Ik heb toen de makkelijkste keuze van mijn leven gemaakt en heb sindsdien geen vlees meer aangeraakt. Op mijn elfde durfde ik te gaan protesteren. Ik schreef betogen over de bio-industrie en deelde deze uit bij de ingang van de Albert Heijn. Jongeren lachten me uit en drukke moeders liepen me voorbij, maar ik hield vol. En de mensen die bleven staan,  ik zorgde ervoor dat zij luisterden.

Vroeger kon alles nog beter worden. Ik zou schrijfster worden of journalist of kunstenares of dierenactiviste. De wereld zou nog wel van mij horen. Maar waar ben ik nu? Ik eet nog steeds geen vlees, maar op mijn ING-rekening staan duizenden gespaarde euro’s. Het is misschien niet iets waar de bank mee adverteert maar zij sponsort het vervoer van die dieren waarvan ik het zo erg vind dat zij opgegeten worden. Vanbinnen beginnen mijn principes om protest te schreeuwen, maar ik doe er niks aan. Is dat niet hetzelfde als geen principes hebben? Ik zie de reclames van ASN voorbij komen. Dunne, hongerige kindjes in Afrika komen in beeld, daarna een windmolen in het groene landschap van Nederland. De ASN bank is voor duurzaamheid, lijkt het. Even later lees ik in Vrij Nederland dat nog geen twee procent van het geld van die bank aan duurzaamheid wordt uitgegeven. Ik ben blijkbaar niet de enige die zijn principes along the way is verloren.

Op de middelbare school stampte ik met weinig klagen Duitse woordjes in mijn hoofd die ik een minuut na de toets alweer was vergeten. In mijn achterhoofd wist ik dat ik hier doorheen moest komen. Ik leerde over eenmanszaken en vennootschappen, over de Republiek der Zeven Verenigden Nederlanden en over aardplaten. Ik moest hier doorheen komen, want dan zou ik daarna journalistiek kunnen gaan studeren, ik zou mijn droom gaan waarmaken. Ik werkte me door de scheiding van mijn ouders en een gebroken hartje heen en sloot uiteindelijk als beste van de school de Havo af. Na een lange vakantie pakte ik mijn spullen in en verhuisde naar Tilburg, tijd voor een nieuw hoofdstuk, een nieuw avontuur.

En nu zit ik hier. Een boek voor mijn neus met daarin informatie die ik hoogstwaarschijnlijk ook een minuut na de toets alweer zal vergeten. Mijn familie verspreid over het land. Iedereen in zijn eigen wereld en eigen leven, net als ik. In mijn slaapkamer is altijd wel een jongen, maar wel al drie jaar dezelfde jongen. En ondertussen wacht ik nog steeds. Ik wacht tot het allemaal begint.

Uit de boxen van mijn laptop klinkt Hallelujah, de versie van Jeff Buckley. De zuivere klanken van de gitaarsnaren komen binnen als een mes. De pijn van de steek is even groot als de ontroering. Dit nummer zou op mijn begrafenis gedraaid moeten worden. Net zoals het nummer draaide op de begrafenis van mijn opa. En elf jaar later op de begrafenis van mijn oma. Misschien past Rock ‘n Roll Suicide beter bij mij. Het volgende nummer is van The Gaslight Anthem. ‘We only write by the moon, every word handwritten’. Als ik uit het raam kijk zie ik niet de maan die de inspiratie voor dit nummer is geweest, mijn woorden zijn  niet handgeschreven, maar de inspiratie die het nummer in mij opwekt geeft mij ruimte om adem te halen. Ik realiseer me dat ik niet meer wacht.

Er zijn mensen die op zoek zijn naar wat ik al heb. En toch kan ik blijven klagen over alles wat ik niet heb. Net zoals de mensen die hebben waar ik naar opzoek ben. We kunnen blijven klagen. Omdat we ons dan beter voelen, omdat we de schuld dan van ons af kunnen zetten. En we kunnen geloven. Misschien is mij meer beloofd dan ik tot nu toe heb gekregen. Of misschien heb ik meer beloofd dan ik tot nu toe heb gegeven. Maar het is nog niet voorbij. Jeff Buckley en David Bowie kunnen voorlopig in de kast blijven liggen, want het is nog niet voorbij.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *