‘Geradicaliseerde jongens blijven tot ze sterven’

Drie weken lang dook ik in één onderwerp: Nederlandse jongens die naar Syrië (willen) gaan. Ik kreeg vanuit mijn opleiding journalistiek het thema ‘Misdaad’ mee en richtte me daarom onder andere op strafrechtelijke vervolgingen van de jihadisten.Worden ze allemaal bij terugkeer vervolgd? Waar worden ze dan mee beschuldigd? En wat doet de overheid eigenlijk om de jongens (en meisjes) tegen te houden? Lees hieronder het eindresultaat:

Van de ruim honderd uitreizigers naar Syrië bevinden zich er nog zo’n zeventig in Syrië, dat maakt het Nationaal Coördinator Terrorisme Bestrijding en Veiligheid (NCTV) maandag 24 februari bekend. Twintig jihadgangers uit Nederland zijn inmiddels teruggekeerd. Zeker tien Nederlanders zijn omgekomen in het oorlogsgebied.

“Ik denk dat de jongens die gaan in eerste instantie het regime omver willen werpen, maar ze kunnen ook in een terroristische groep als ISIS terecht komen”, zegt Brenda Stoter, freelance journalist voor onder andere Al Jazeera. Stoter volgt de oorlog in Syrië op de voet. “ISIS wil een islamitische staat oprichten en dat doen zij door het gewone volk te onderdrukken. Daar zitten de Syriërs ook niet op te wachten.” Dinsdag keerde Stoter terug uit Turkije, waar zij aan de grens Syrische vluchtelingen sprak. Eerder reisde ze al af naar Jordanië, waar ze ook vluchtelingen sprak en ziekenhuizen bezocht. “Persoonlijk denk ik dat buitenlandse partijen die naar Syrië gaan het conflict alleen maar erger maken, omdat het te ingewikkeld is om een kant te kiezen.”

Oorlogsrecht

Bij terugkomst in Nederland kunnen Syriëgangers strafrechtelijk worden vervolgd. Tot nu toe zijn er nog geen teruggekeerde jihadisten voor de rechter verschenen, omdat de onderzoeken van het OM nog lopen. De jongens worden nu nauwlettend in de gaten gehouden. “Er is vooral angst voor wat de jongens hier gaan doen, omdat ze beïnvloed kunnen zijn door moslimextremisten die tegen het westen zijn en dus ook tegen Nederland”, zegt advocaat André Seebregts. “Bij een jihadganger zou het oorlogsrecht kunnen gelden, dan wordt de verdachte veroordeeld als een soldaat, maar meestal geldt dat bij rebellen niet.”

Afgelopen najaar werden twee jongens veroordeeld die opgepakt waren tijdens hun reis naar Syrië. De jongens werden veroordeeld voor poging tot moord. Twee andere jongens uit Arnhem werden ook gearresteerd tijdens hun reis. Zij wachten hun proces nog af. Wat voor straf teruggekeerde jihadgangers precies opgelegd kunnen krijgen, is nog onduidelijk. “De straf is afhankelijk van wat je hebt gedaan in Syrië, maar je kunt bijvoorbeeld voor moord veroordeeld worden”, zegt voorlichter Paul van der Zanden van het Openbaar Ministerie.

Voorbeeldzaak

Twee jonge mannen werden in oktober door de rechtbank in Rotterdam veroordeeld omdat zij naar Syrië af wilden reizen. De rechter vond dat er genoeg bewijs was dat de mannen mee gingen doen aan de jihadistische strijd en voorbereidingen voor een jihad worden gezien als voorbereidingen voor moord. Omar H. kreeg een jaar cel, waarvan vier maanden voorwaardelijk. Het OM had drie jaar celstraf geëist. De andere man, Mohammed G.,  was volgens de rechter ontoerekeningsvatbaar en werd daarom veroordeeld tot een jaar opname in een psychiatrisch ziekenhuis. Het OM neemt deze zaak als voorbeeld, omdat voor Syriëgangers nog geen jurisprudentie bestond.

Van Arnhem naar Damascus

In Duitsland werden in augustus twee broers uit Arnhem opgepakt omdat ze onderweg waren naar Syrië. Het OM verdenkt Mohamed El A. en Hakim B. van het voorbereiden van terroristische misdrijven. Dit is gebaseerd op de vondst van gevechtskleding en geld bij hun aanhouding. Later werd een afscheidsbrief gevonden en foto’s waarop de broers met een Kalasjnikov staan. De mannen beweren dat zij op bezoek wilden gaan bij broers in Syrië. Begin februari besloot de rechtbank in Arnhem dat de Syriëgangers hun proces in vrijheid af mogen wachten. Vanuit het OM kwam geen verzet tegen de schorsing door de strenge voorwaarden waaronder de mannen worden vrijgelaten. Zij worden onder elektronisch toezicht gesteld, mogen Nederland niet verlaten en niet in de buurt komen van vliegvelden.

Stoter: “Je weet nooit wat de Syriëgangers gaan doen als ze terug zijn. Ze kunnen de ideologieën van terroristische groeperingen overnemen, maar er zijn ook jongens die puur en alleen gaan om het volk te verdedigen. Je kunt ze daarom niet zomaar allemaal veroordelen. Er moet per persoon goed onderzoek gedaan worden naar de risico’s.” De journaliste geeft ook aan dat mensen met een reden terugkomen. “Die geradicaliseerde jongens blijven tot ze sterven. De jongens die terugkomen zijn waarschijnlijk teleurgesteld in wat ze in Syrië aantroffen en vormen daarom een minder groot risico.”

biddende-jihadisten

Meisjes

Van de ruim honderd Nederlandse uitreizigers zijn ongeveer twintig meisjes. De meisjes vertrekken naar Syrië om daar te trouwen met een jihadstrijder. Meisjes ronselen andere moslimmeisjes die vervolgens in hun eentje naar Syrië reizen. “Daar komen ze terecht in een huis met allemaal andere vrouwen van jihadstrijders”, vertelt Stoter. “Het is een heel groot probleem. Die meisjes zitten dan middenin de oorlog.” Het NCTV geeft aan dat er op dit moment meerdere strafrechtelijke onderzoeken lopen naar mogelijke ronselaars. Niet alleen naar ronselaars van vrouwelijke huwelijkskandidaten voor jihadstrijders, maar ook van de jihadstrijders zelf.

Tegenhouden

Het NCTV focust vooral op radicaliserende jongeren, om te voorkomen dat zij naar Syrië vertrekken. Er zijn in totaal elf paspoorten ingenomen omdat er gegronde vermoedens waren dat de personen in het buitenland handelingen gingen verrichten die een dreiging vormen voor Nederland. Bij enkele minderjarigen is de uitreis tegengehouden door het toepassen van jeugdstrafrecht. Zij zijn onder toezicht gesteld of in gesloten jeugdinrichtingen geplaatst.

Het NCTV geeft steun aan allerlei eerstelijnswerkers  zoals wijkagenten en ambtenaren. Verder wil de organisatie de jongeren benaderen via mensen uit hun eigen omgeving, vaak uit de moslimgemeenschap zelf, maar bijvoorbeeld ook leraren en jongerenwerkers. Om personen te betrekken en hun kennis te vergroten organiseren het NCTV en SZW (ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid) regelmatig lokale en nationale bijeenkomsten.

Volgens Stoter wordt er al veel gedaan om uitreizigers tegen te houden. “Toen ik naar Turkije vloog, werd mij gevraagd of ik terugging. Natuurlijk ging ik terug, waarom vroegen ze dat? Het bleek dat sommige touroperators mensen uit Europa met een one-way ticket naar het grensgebied in Turkije niet mee mochten nemen.” Maar er zou nog meer gedaan moeten worden volgens Stoter: “Natuurlijk is paspoorten innemen een begin, maar als die jongens echt willen, vinden ze wel een andere manier om te gaan. Het moet eerder beginnen. Je moet het extremisme terugdringen en dat doe je hier in je eigen samenleving door voorlichting te geven aan familieleden over hoe je zo’n jongen herkent, want jongens die erover denken naar Syrië te gaan, zijn echt wel te herkennen.”

Steven Lenos van RadarAdvies, een bureau voor sociale vraagstukken, traint mensen die veel met jongeren werken. “Het belangrijkste is het op tijd realiseren dat die jongens worstelen met het vraagstuk van religie en de gruwelijke daden van Assad”, zegt Lenos in een interview op Radio1. “Als je dat op tijd door hebt, kan je met zo’n jongen gaan praten of hij echt moet gaan vechten of dat hij ook op een andere manier actief kan zijn.”

freedom-to-syria

Terugblik: Het begin

Het is niet alleen een ruzie tussen oppositie en president. In Syrië is het oorlog en nu groeperingen als Al Nusra en ISIS zich mengen in de strijd in Syrië lijkt het doel van de opstand zoals die in 2011 begon bijna vergeten. Tijd om even het geheugen op te frissen.

Met Cairo en Tunis als voorbeeld braken op 15 maart 2011 protesten uit in de hoofdstad Damascus. Jongeren eisten de vrijlating van politieke gevangen en protesteerden tegen de corruptie van plaatselijke leiders. De regering trad hard op tegen de demonstranten en al op de eerste dag vielen de eerste doden.

De pers had geen toegang tot de gebieden waar de Syriërs protesteerden. Via sociale media volgde de rest van de wereld de situatie in Syrië. Schokkerige, onscherpe beelden van smartphones verspreidden zich over de wereld, maar niemand kon inschatten hoe erg de situatie echt was.

In de loop van 2011 ontstonden meer protesten en de situatie verslechterde. Verzetslieden vormden eenheden en eisten van president Assad dat hij zou aftreden. Maar de regering vocht weer terug: in juni vielen op één dag 63 doden. Human Rights Watch rapporteerde de misdaden van het regime, dat zijn burgers zou martelen en vermoorden.

In augustus van hetzelfde jaar riep president Obama Assad op om of te treden. Hierbij kreeg de Amerikaanse president steun van de EU. Ondertussen smeekten de oppositiepartijen om wapens van andere landen. In het begin waren zij nog tegen buitenlandse inmenging, maar door de harde aanpak van het regime konden zij uiteindelijk niet anders.

De stad Homs was sinds het begin van de opstand uitgegroeid tot de belangrijkste verzetshaard. In oktober 2011 openden Assads elitegroepen er het offensief. Er ontstonden hevige gevechten toen het leger de wijk binnentrok en de demonstranten met kogels en granaten te verjagen. Veel opstandelingen en burgers die probeerden te vluchten verloren hierbij het leven. Dat was de val van Homs. Sindsdien is de stad afgesloten van de rest van de wereld. In en uit de stad komen was lange tijd onmogelijk. Begin februari is de helft van de inwoners van Homs geëvacueerd, nadat zij lange tijd in erbarmelijke omstandigheden vast zat in de stad.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *