‘Alleen bij bommen en granaten komen media in actie’

Ik kreeg de opdracht vanuit school (Fontys Hogeschool voor Journalistiek) om me drie weken in één onderwerp te verdiepen. Mijn onderwerp werd het conflict tussen Israël en Palestina. Samen met Lieke Flipsen probeerde ik in het onderstaande artikel deze hoofdvraag te beantwoorden: In hoeverre is onpartijdige berichtgeving mogelijk over het conflict tussen Israël en Palestina door Nederlandse media? 

“De media luisteren te veel naar Israël!” Dat vindt Wim Lankamp, voorzitter van het Nederlands Palestina Komitee. En zo krijgen de media wel meer verwijten naar hun hoofd geslingerd. Het conflict in Israël en Palestina is uitgegroeid tot een eindeloze discussie. Objectieve journalistiek staat bij de meeste correspondenten hoog in het vaandel, maar is het na al die jaren nog mogelijk onafhankelijk te berichten over dit conflict? 

Lankamp: “Er wordt alleen over Palestina bericht als er bommen en granaten vallen. Over het dagelijks geweldloos verzet van de Palestijnen zie ik zelden iets terug in de media.” Het Nederlands  Palestina Komitee  zet zich in voor meer solidariteit voor de Palestijnen. Lankamp is al zo’n 45 jaar aangesloten bij het Komitee. “Na het vallen van de bommen zwakt de berichtgeving meteen weer af.”

West_Bank_&_Gaza_Map_2007_(Settlements)Oud-Midden-Oostencorrespondent Joris Luyendijk schrijft in zijn boek Het zijn net mensen over onpartijdige berichtgeving over het conflict tussen Israël en Palestina. Zelfs woorden zijn volgens hem al snel partijdig: “Egypte heet voor iedereen gewoon Egypte. Maar ‘Israël’ werd ook de ‘zionistische entiteit’ en ‘bezet Palestina’ genoemd.” Later schrijft Luyendijk ook: “Moest ik het hebben over joden, zionisten of Israëliërs? Niet alle zionisten zijn joods, niet alle joden zijn Israëlisch en niet alle Israëliërs zijn joods. Waren het Arabieren, Palestijnen of moslims? Niet alle Arabieren zijn Palestijns, niet alle Palestijnen zijn moslim en niet alle moslims zijn Palestijns.”

Communicatiewetenschapper Jacqueline de Bruijn herkent dit probleem. In de losse aflevering van De schande van Gaza keurt zij de term ‘Israëlische Arabieren’ af: “Israëlische Arabieren zijn ook Palestijnen, maar heel veel mensen realiseren zich dat niet door dat woord. De term wordt nooit uitgelegd en daardoor zal niemand ooit de context goed snappen.”

Als zelfs woorden partijdig zijn,  is het dan wel mogelijk om ook maar een beetje onpartijdig te zijn? Guus Valk was drie en een half jaar NRC correspondent in Israël en geeft aan dat hij lange tijd heeft geworsteld met de objectiviteit van zijn berichtgeving. “Mensen denken dat objectiviteit betekent dat je altijd beide partijen aan het woord moet laten en evenveel berichten maakt over Israël en Palestina. Ik zie het eerder als onafhankelijkheid en dat kan wel.”

Aan de verwijten zoals die van Lankamp is Valk gewend: “Ik kreeg wel tien reacties per week. Je kunt het nooit goed doen, maar dat geeft niet. Zolang je het voor je eigen gevoel maar goed doet. De kritiek die je krijgt is meestal: jouw berichtgeving strookt niet met mijn beeld van het conflict. Daar kan ik niks aan doen.”

Lankamp is redelijk tevreden over de berichtgeving van NRC  door correspondent Leonie van Nierop. Zij volgde Valk in 2011 op. De correspondent is zelf ook positief over de mogelijkheid om objectief te berichten: “Er zijn niet veel conflicten in de wereld waar je zo aan twee kanten kunt kijken. De gebieden van de twee partijen liggen zo dichtbij elkaar dat je in dertig seconden van de ene naar de andere kant kunt lopen. Bij andere conflicten zoals in Syrië kan je niet zo makkelijk aan twee kanten kijken.”

Tekst versus beeld

Er zit een groot verschil in het aantal artikelen over het conflict in diverse Nederlandse kranten. Zo verscheen in NRC Handelsblad het afgelopen jaar 61 artikelen over deze oorlog. Deze krant wordt gevolgd door Trouw (55), Reformatorisch Dagblad (49) en Volkskrant  (35). Het Algemeen Dagblad, Metro en Spits sluiten de lijst met slechts vier artikelen over dit conflict in het afgelopen jaar.

Lankamp vindt de berichtgeving van NRC Handelsblad en de Volkskrant uitstekend, maar mist bijvoorbeeld bij het NOS Journaal de diepere onderwerpen over Palestina. Monique van Hoogstraten maakt vanuit Israël reportages voor NOS. Zij vindt een cameraverslag vaak juist sterker

“Schrijven versus beeld is altijd een lastige kwestie. Mensen durven veel minder snel te praten voor een camera en zonder beeld heb je als reportagemaker niks. Aan de andere kant zijn beelden sterker dan woorden.”

Mike Durand werkt voor het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI). Hij is het eens met Van Hoogstraten. “Beelden zijn sterker dan woorden en hebben ook een langdurige invloed op de beeldvorming. Daarom wint televisie het van andere nieuwsbronnen.”

Pallywood

Dat televisiebeelden een langdurige invloed hebben op de beeldvorming van mensen kan echter ook een nadeel zijn. In 2000 ging een 55 seconden durend filmpje de wereld rond waarin een vader samen met zijn zoontje schuilt voor de kogelregen tussen het Israëlisch leger en het bewind in de Palestijnse stad Ramallah. Het jongetje Mohammed Al-Dura wordt geraakt en overlijdt. De media ontploften, want dit was zeker het werk van de Israëliërs. Inmiddels is er veel onderzoek gedaan naar dit filmpje en het lijkt er sterk op dat het helemaal in scène is gezet door een Palestijnse cameraman. Het manipuleren van beelden om die vervolgens voor waarheid de wereld in de sturen, wordt ook wel Pallywood genoemd.

Durand vindt het slecht dat de Nederlandse media regelmatig worden beïnvloed door deze trucs. “Kranten hebben last van dalende abonnementen en er wordt in de hele media veel bezuinigd. Dit heeft als gevolg dat ze vaak zijn genoodzaakt om zich te baseren op persdiensten die actief bezig zijn met de beïnvloeding van beelden en reportages. Dit heeft grote invloed op de beeldvorming van Israël en Palestina.”

“Het is altijd lastig. Je wordt gespind van alle kanten en krijgt van iedereen halve waarheden toegeworpen”, zegt Valk over de propaganda rondom het conflict. “Het is jouw keuze waar je naar luistert. Het mediabeleid van Israël is bijvoorbeeld veel professioneler, maar ik zit niet te wachten op hapklare brokken.”

Van Nierop vult aan: “Israël is heel erg goed in het framen van het conflict. De premier herhaalt een zin zo vaak dat iedereen uiteindelijk denkt dat het de waarheid is. Het is voor mij ook moeilijk, want er is heel veel gereedschap nodig om te controleren wat hij zegt. Naar woordvoeders van Palestina hoef ik eigenlijk niet eens meer te luisteren. Die komen altijd met dezelfde statements: ze zijn teleurgesteld en Israël wil geen vrede. Dat is propaganda die niet werkt.”

Wat ontbreekt?

Volgens Durand ontbreken regelmatig belangrijke onderwerpen in de berichtgeving van Nederlandse media. Als lid van een Israëlische belangengroepering mist hij bijvoorbeeld de rechten van vrouwen en christenen in de door de Palestijnse geleide gebieden, het verschil tussen Palestijnse groeperingen Hamas en Fatah en de smokkeltunnels van Egypte naar Gaza. “Mocht Israël zo’n tunnel vernietigen, dan wordt het ineens wel wereldnieuws”, denkt Durand.

Rick Meulensteen is van de stichting Een Ander Joods Geluid (EAJG). Hoewel de stichting in dit conflict aan de kant van de Israëliërs staat, kijkt hij er toch met andere ogen naar. EAJG vindt in tegenstelling tot CIDI dat Israël haar positie als bezetter van Palestijns gebied moet beëindigen. “Ik vind de berichtgeving de laatste jaren redelijk gebalanceerd. Wel zie ik dat media vaak het Israël-tegen-Palestinaverhaal maken. Ik zou wel wat vaker willen zien dat er ook in Israël verschillende groepen zijn die het niet met elkaar eens zijn.”

Leonie van Nierop houdt geen rekening met wat de twee partijen willen lezen, maar schrijft wat zij belangrijk vindt. “Ik maak nieuws. Daarom kijk ik bij het kiezen van mijn onderwerpen vooral naar nieuwscriteria. Verder weegt mee of ik het zelf interessant vind en of het me intrigeert en aanzet tot denken.”

Van Hoogstraten denkt er bij het maken van haar reportages hetzelfde over als Van Nierop en meldt in eerste instantie wat het belangrijkste is. “Ik laat niet altijd beide partijen aan het woord, maar zorg wel dat het over het geheel een soort balans is en dat alle emoties ruimte krijgen.”

Vredesbesprekingen

De vredesonderhandelingen tussen Israël en Palestina zijn al maanden bezig. 29 april moet er een besluit worden genomen. Israël eist onder andere erkenning als volledig Joodse staat. Het is voor het eerst sinds drie jaar tijd dat de twee landen weer met elkaar om de tafel zitten om te praten over vrede. Volgens Van Hoogstraten is er wellicht een opening: “Beide partijen hebben belangen om met elkaar te gaan praten. De druk van de achterban en de bevolking van beide kanten om een akkoord te sluiten, is enorm groot”, zegt de correspondent. “Maar de stem van Israël is groter en sterker in de onderhandelingen. Dat weerspiegelt ook in wat er uiteindelijk op tafel komt. De bezetting is niet eindeloos houdbaar met name door de toenemende kritiek vanuit Europa en de VS, maar we zijn nog lang niet bij vrede.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *