Richt je pijlen op de media en bevrijd Palestina

“Free free Palestine! Free free Palestine!” Het is zondag 27 juli 2014 en ik sta op het schouwburgplein in Rotterdam. Daar zijn duizenden mensen bijeengekomen om te demonstreren voor de Palestijnen in de Gazastrook, die sinds een paar weken te kampen hebben met een hevige strijd tussen Israël en Hamas. De man van Youth for Palestine zet opnieuw in: “Free free!”. De duizenden mensen op het schouwburgplein maken de leus af: “Palestine!”

Als ik het centraal station uitloop, zie ik meteen een bord van de demonstratie. Er wordt een flyer in mijn hand geduwd en een vriendelijke, Nederlandse ogende vrouw begint me uit te leggen hoe ik bij het schouwburgplein kom. De straten waar ik opgroeide, loop ik nu overheen als beginnend journalistje op weg naar een Gaza demonstratie. Voor wie ga ik schrijven? Mijn oude stageplek AD Rotterdams Dagblad zet zijn eigen verslaggevers op het onderwerp. Ik schrijf voor mezelf. Een luxe waar ik nu van baal, maar die ik na mijn studie waarschijnlijk nooit meer zal hebben.

Vijf minuten later loop ik het schouwburgplein op. Ik ben een half uur te vroeg, maar het plein staat al flink vol. Een bebaarde man op het podium legt de regels van de demonstratie uit. Geen geweld, geen hakenkruizen en ook geen ISIS-vlaggen. Ik kijk om me heen en zie inderdaad een ISIS-vlag boven het publiek wapperen. ‘Hoe durven ze?’ is mijn eerste reactie. Dan legt de man op het podium uit wat het verschil is tussen een ISIS-vlag en een Tawheed-vlag. De ISIS-vlag heeft een extra figuurtje in het midden. Ik zucht. Oké, deze moslims bedoelen het niet verkeerd. Ze weten alleen niet hoe de vlag van hun geloof eruit hoort te zien.

_MG_0570a

Het volgende onderwerp is de media. De man van Youth for Palestine maakt het duidelijk dat het niet de bedoeling is dat demonstranten met media of andere personen met vragen praten. “Je bent hier met een ander doel, beantwoord geen vragen.” De moed zinkt me in de schoenen. Protest voor Palestina met bijpassend Palestijns mediabeleid?

Ik kijk om me heen. Ik zie vrouwen gehuld in prachtige hoofddoeken. Ik zie vaders met jonge kinderen op hun nek. Ik zie jongeren van mijn leeftijd. Het mediabeleid heeft misschien Palestijnse trekjes, maar dit zijn geen Palestijnen hier op het schouwburgplein. Dit zijn Nederlanders, de meeste zelfs Rotterdammers, met een mening. En die mening kunnen ze bij mij kwijt.

_MG_0659

_MG_0627

De eerste demonstranten die ik spreek zijn de twintigers Youssef en Omi. Youssef is werkloos, maar op zoek naar een baan in jongerenwerk. Omi zit in het laatste jaar van zijn rechtenstudie. Hij vertelt dat hij zijn scriptieonderwerp al heeft gekozen: het gedoogbeleid. Ik moet grinniken, want naast hem zit een vriend met lange rastaharen een joint te draaien. De joint plus het Adidas-shirt van Omi en het Marokkaanse Nederlands van Youssef scheppen mijn eerste indruk. Hoeveel kunnen deze jongens weten van het conflict tussen de twee bevolkingsgroepen?

Veel. De jongens kennen de geschiedenis. Ze kennen de politieke situatie. Er is hoop in de Amerikaanse John Kerry, maar ook hoop op meer actie vanuit minister Timmermans. Na het bijstellen van mijn oneerlijke en incorrecte vooroordeel, vraag ik naar het doel van deze demonstratie. “Het is vooral steun betuigen aan de Palestijnen. Ik weet niet of zo’n demonstratie politiek gezien een effect heeft” , zegt Omi.

Ik durf zelfs naar de rol van de media te vragen en ontdek tot mijn opluchting geen verwijt bij de jongens. “Het gaat de laatste tijd veel over Rusland en Oekraïne, maar er zijn ook zeker goede journalisten”, vindt Omi. Youssef vult hem aan: “Ik wil gewoon vrede. Het komt allemaal door geloof. Niet door economie of macht of media. Door geloof. Waar slaat dat op? Als jij een standbeeld wilt aanbidden: prima. Als jij een mier wilt aanbidden: prima. We moeten allemaal in vrede naast elkaar kunnen leven.”

_MG_0576

Ik neem afscheid van Youssef en Omi. Een paar meter later tref ik een rijtje biddende mannen aan. Het beeld is ontroerend. Een aantal grijze baarden, maar ook jongetjes van een jaar of zestien staan met gesloten ogen in het rijtje. Om me heen staan op dat moment duizenden mensen. Duizenden mensen die niets anders dan vrede willen. In de trein terug lees ik op de app van NOS dat er tienduizend mensen waren. Tienduizend mensen! Allemaal bij elkaar gekomen om te bidden en te demonstreren voor broeders en zusters duizenden kilometers verderop. De liefde is groot. En mijn bewondering is groot.

_MG_0587

Op het podium roept iemand hoe Nederland Israël moet boycotten. Na iedere zin  applaudisseren de demonstranten en steken zij de vuisten schreeuwend in de lucht. “Boycot Israël! Koop geen producten uit Israël! Ga niet meer op vakantie naar Israël!” Maar ineens gaat het niet alleen maar over Israël. “Richt je pijlen op de media die de misdaden van Israël goedpraten! Haat aan de NOS, haat aan de Telegraaf…” Alle Nederlandse kranten worden afgegaan.  Ik sla mijn ogen neer, hang mijn hoofd omlaag. Om me heen gaan de vuisten omhoog en wordt bevestigend richting het podium geschreeuwd. De bewondering die ik net zo groot en heftig had gevoeld, wordt met een enorme knal in stukjes geslagen.

Ik schrik van mijn eigen woede. De organisatie probeert het mij onmogelijk te maken om mijn werk te doen. Ik mag niet met de demonstranten praten, maar het wordt mij vervolgens wel verweten dat ik de waarheid niet vertel. Hoe kan ik dan de waarheid vertellen als ik niet met de mensen mag praten die volgens jullie de waarheid kennen? Ik wil deze discussie eigenlijk met iedere demonstrant aangaan, maar realiseer me waar ik ben. Op dit moment moet ik blijven en mijn mond houden, zodat ik hier later over kan schrijven. Daarna moet ik verdergaan. Verdergaan met journalistiek, verdergaan met Arabisch en hopen zo ooit het beeld wat deze mensen hebben van de media te veranderen.

_MG_0564

_MG_0637

Op weg naar de Erasmusbrug hoor ik nieuwe leuzen. “Meneer Wilders terrorist! Minister Timmermans schande schande, bloed aan je handen!” Ik weet niet wat ik vind. Minister Timmermans doet rondom dit conflict weinig, maar werkte afgelopen week onmenselijk hard rondom het conflict met Oekraïne en Rusland. Is de oorlog in Israël en Palestina minder belangrijk dan? Nee, maar ook niet belangrijker. Vijf dagen geleden kwam John Kerry aan in Tel Aviv, moet minister Timmermans er dan ook nog heen? Zij vinden van wel. Ik schuil achter de objectieve rol van de journalist._MG_0670

Een man komt op me af. Of ik niet een foto wil maken van hem en zijn dochtertje. Natuurlijk wil ik dat. Maar wel in ruil voor een praatje. De roots van de man liggen in Marokko. “Het is vreselijk wat er in Palestina gebeurt. Ze vermoorden kleine kinderen en de rest van de wereld doet niks.” Als ik hem wijs op het bezoek van John Kerry zegt hij vol overtuiging dat dat geen verschil maakt, maar wel pas nadat ik hem heb verteld wie John Kerry is. Ik kijk naar de man. Hij heeft een kindje van ongeveer drie jaar oud op zijn arm. Hemzelf schat ik niet veel ouder dan 35. De man staat hier te protesteren tegen Israël, maar heeft geen idee wat de politieke ontwikkelingen zijn rondom het conflict. Ik vraag hem of ik op mag schrijven wat hij heeft gezegd. “Oh, ga je het op de Hollandse manier doen? Mijn woorden verdraaien en tegen me gebruiken?” Ik vraag of hij liever heeft dat ik het niet opschrijf. “Het is mijn mening, die mag je best opschrijven.” Ik bedank hem en loop weg.

In de afgelopen weken zijn er meer dan duizend Palestijnen omgekomen. Natuurlijk wil ik dat het moorden stopt, maar als ik heel eerlijk ben is dat niet waarom ik bij de demonstratie was. Ik ben trots op de mensen die wel daarom bij de demonstratie waren. Ikzelf was journalistje aan het spelen. Of liever: journalistje aan het zijn. Natuurlijk hoop ik dat het moorden stopt, maar ik hoop ook op meer begrip voor de media, voor mensen met de baan die ik in de toekomst wil hebben. Want zo trots als ik ben op de demonstranten,  zo teleurgesteld ben ik in hun beeld van de media, in hun agressiviteit richting de Nederlandse kranten. We doen ons best, het moet alleen nog gezien worden.

_MG_0677

_MG_0653

Foto’s: alle rechten voorbehouden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *