In gesprek met mijn twee grote helden

Iedereen heeft helden. Het zijn acteurs of zangers of schrijvers. Ik heb ook dat soort helden, van Watsky tot Milan Kundera. Maar als jonge, net beginnende journalist heb je natuurlijk ook ander soort helden: journalisten. Journalisten met de carrière die jij ook ooit hoopt te hebben.

Als ik twee Nederlandse media moest kiezen die ik het hoogst heb zitten en het allerliefst bij zou werken, zouden dat de NOS en de Volkskrant zijn. In de afgelopen weken sprak ik mijn twee helden van deze nieuwsmedia. Sander van Hoorn van de NOS en Remco Andersen van de Volkskrant. Beide journalisten wonen in Beirut en zijn Midden-Oosten correspondenten. Ik zou hun banen best willen hebben. Ik sprak met hen voor een onderzoek over Egypte voor school, maar glipte er een paar eigen vragen tussen over ons prachtige vak.

Sander van Hoorn

Sander van Hoorn was ‘vroeger’ (een jaar geleden) slechts een gezicht van TV. Iemand met een hele mooie baan, iemand die berichtte over het Midden-Oosten. Pas echt fan werd ik toen ik vorig jaar naar een lezing ging in de Rode Hoed in Amsterdam. De oprichter van Al Jazeera, Wadah Khanfar kwam daar spreken en op diezelfde avond werd er geskyped met Sander. Sander had toentertijd net een visum gekregen voor Damascus en als Nederlandse journalist was hij die avond een logische, leuke aanvulling. Ondanks de zwakke technologische skills van de Rode Hoed en het haperende skypegesprek hing ik aan zijn lippen. En ik was zo jaloers. Hij woonde op een geweldige plek, werkte in een van de interessantste gebieden van de wereld en beoefende ook nog eens het mooiste beroep op de wereld.

En misschien wel het belangrijkste: hij was gewoon een mens. Een gewoon, leuk mens. Hij was geen almachtige, alleswetende journalist en hij dacht ook niet dat hij dat was. Hij was geen arrogante Rob Wijnberg of hooghartige Alexander Klöpping (twee journalisten waar ik alsnog erg tegenop kijk). En ik, het kleine studentje, mocht hem interviewen. Waar Alexander Klöpping mij niet eens een beetje beleefd de deur wees door te zeggen dat hij geen tijd had voor ‘mijn onzin’, reageerde Sander enthousiast en voerden wij een gezellig, informeel skypegesprek. Gezellig en informeel, maar zo belangrijk en spannend dat ik gelijk naar mijn toetsenbord greep om dit artikeltje te schrijven: ik heb Sander van Hoorn gesproken!

Remco Andersen

Al zo lang ik mij kan herinneren hebben mijn ouders thuis de Volkskrant. Deze kwaliteitskrant lag al op mijn deurmat voordat ik überhaupt kranten las en het nieuws volgde. Maar toen ik dat uiteindelijk wel ging doen, was het de eerste krant die ik oppakte. En eigenlijk heb ik hem nooit meer neergelegd. Eenmaal op mezelf heb ik andere kranten ook wel een kans gegeven (Trouw en NRC), maar eigenlijk maakten zij geen schijn van kans. Zelfs tijdens mijn stage bij het AD las ik in de trein eerst de Volkskrant en pas daarna die van mijn tijdelijke werkgever. De Volkskrant is mijn krantje en ik ben zijn trouwe lezer, al jarenlang.

In het tweede jaar van mijn opleiding journalistiek deed ik onderzoek naar de berichtgeving van de Volkskrant tijdens de revolutie in Egypte. Dit is hoe ik Remco Andersen (zijn werk) leerde kennen. Wel dertig artikelen van hem heb ik achter elkaar moeten lezen. Zijn naam vergat ik niet meer dus toen hij twee weken geleden ineens een geschikte bron werd, tweette ik naar deze man waar ik al jaren braaf de artikelen van lees.  En gelukkig is ook Remco geen Alexander Klöpping: Ik mocht hem gelijk skypen.

Het vak

We hebben een prachtig vak, het mooiste dat er bestaat, maar het is niet altijd even makkelijk. Na de gesprekken met mijn favoriete Midden-Oosten correspondenten kan ik mezelf wel een beetje uitlachen. Wat voor muts ben ik ook dat ik als blond meisje Arabisch ga studeren en in het Midden-Oosten wil wonen? “In Egypte bestaat bestaat kritisch denken niet”, zegt Remco. “Dit land is kapot”, zegt Sander over Libanon. “Het Midden-Oosten is corrupt.” “Als je niet uitkijkt word je opgepakt of in elkaar geslagen als journalist.” Klinkt zacht gezegd niet erg gezellig. Maar betekent dat die verhalen niet meer verteld moeten worden? Dat die verhalen het niet waard zijn of niet meer belangrijk zijn? Nee, natuurlijk niet. Mijn motivatie is intact

Remco kende de Amerikaanse Peter Kassig die door IS werd onthoofd. Grote dingen zijn in dat deel van de wereld lastig, net als de kleine dingen: bij Sander valt regelmatig de stroom uit. Hoe lang hou je het vol? De NOS-correspondent denkt over een paar jaar wel terug te keren naar Nederland. Misschien sta ik dan wel klaar om hem over te nemen.

Mijn motivatie is intact.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *