De ‘andere’ schade van IS: een etiket op iedere moslim

Al meer dan een jaar domineert terroristische organisatie Islamitische Staat met hun gruweldaden de nieuwsberichten. Nederland is bang voor IS, maar lijkt ook bang voor zijn eigen moslims: want zij belijden dezelfde religie. Berichten over radicalisering maken dit niet makkelijker. Nederlandse moslims lijden hieronder.

Het is half één ’s middags op vrijdag 26 juni. Slechts een paar uur geleden onthoofdde een sympathisant van Islamitische Staat zijn baas en probeerde hij het chemiebedrijf waar hij werkte op te blazen. Tami Kalai weet op dit moment nog niets over de aanslag. Als het eerste bericht over de aanslagen haar bereikt, haalt ze haar schouders op: “Ach, weer een aanslag”, zegt de moslima. “Je raakt eraan gewend.” In de kantine van haar werkplek in Schiedam bekijkt ze op een groot televisiescherm het NOS-journaal. Ze leunt met haar ellenboog op tafel en houdt haar hand voor haar mond. Dan raakt ze stil. “Nu raakt het me toch wel weer. De Arabische tekst, de Islamitische vlag”, ze zucht. “Ik word er gewoon bang van. Wat als ik de schuld krijg omdat ik moslim ben?”

Al snel wordt deze dag overal omschreven als ‘De dag van drie aanslagen’. Na de aanslag in Frankrijk vallen bij een aanslag in de Tunesische badplaats Sousse 39 doden. Een schutter schiet op het strand op zonnende toeristen. Even later eist IS de aanslag op via Twitter. Rond dezelfde tijd blaast IS een sjiitische moskee op in Koeweit tijdens het vrijdaggebed. Hierbij komen 25 mensen om het leven en raken meer dan 200 mensen gewond. “Ik heb hier niets mee te maken en toch maakt het me bang”, zegt Kalai. Kalai is projectleider jongerenwerkloosheid voor gemeentes in regio Rijnmond. Ze is geboren in Marokko, maar verhuisde op haar vijfde met haar ouders naar Nederland. Nu woont ze met haar twee kinderen in Schiedam. Kalai draagt geen hoofddoek en doet dit jaar niet mee aan de ramadan, maar voelt zich zeker moslim. Ze is één van de Nederlandse moslims, geen radicale, maar wel eentje die raar aangekeken wordt:

Radicalisering

Een paar maanden terug ontvangt Josef Stevens, hoofredacteur van het tijdschrift Moslim Vandaag, een mailtje. Het mailtje komt van een mevrouw die schrijft dat zij veel over moslimmisdaden leest in het nieuws en dat zij nu eigenlijk wel een verklaring verwacht van de Nederlandse moslims. “Terecht”, zegt Stevens. De hoofdredacteur is een autochtone Nederlander die opgroeide in Groningen. Twintig jaar geleden bekeerde hij tot de islam. “Ik denk dat het een zegen is, omdat verantwoordelijke instituten en imams nu gedwongen worden zich te verdiepen in het onderwerp.” Volgens Stevens was radicalisering eerst geen belangrijk onderwerp binnen de moslimgemeenschap. “Het doet even zeer, maar iedereen heeft er baat bij dat hier onderzoek naar wordt gedaan. Zowel moslims als niet-moslims.”

Ik laat mijn dochter niet meer met hoofddoek naar de moskee fietsen, want ik ben bang dat ze van haar fiets getrokken wordt

Radicale Nederlandse moslims, wat zijn de cijfers ook alweer? In het laatste bericht van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid over radicalisering zien we dat ongeveer tweehonderd moslimjongeren zijn uitgereisd naar IS. Daarnaast zijn er 65 paspoorten ingetrokken omdat de overheid reden had te vermoeden dat ook deze personen wilden uitreizen naar Syrië. In totaal hebben we het dan over 0,03 procent van de Nederlandse moslims, want Nederland telt bijna een miljoen moslims. Concrete cijfers over personen die niet zijn uitgereisd, maar wel radicaliseringsrisico dragen, zijn niet bekend.

Naila Ghani Chaudry is psycholoog voor moslimjongeren en woont samen met haar vier kinderen, man en schoonvader in Delft. “Laatst vertelde een islamitische vriendin dat zij haar dochter niet meer met een hoofddoek op naar de moskee laat fietsen, omdat ze bang is dat zij van haar fiets getrokken wordt.” Chaudry merkt om zich heen dat er veel angstgevoelens zijn van moslims die bang zijn dat er nu anders naar hen gekeken wordt door de opkomst van IS. “Ik was lid van een Facebookgroep waar moslims het konden melden als ze lastig gevallen werden omdat ze islamitisch zijn. Uiteindelijk heb ik me weer uitgeschreven. Die narigheid wil ik niet iedere dag lezen.” Na de aanslag op tijdschrift Charlie Hebdo in Parijs herkende het jongste zoontje van Chaudry het woord ‘moslim’ op tv. “Hij zei “”Hey, dat zijn moslims!”” Toen ben ik wel even met hem gaan zitten om uit te leggen dat niet alle moslims zo zijn. Je hebt goede en slechte mensen, de moslims die op tv waren, zijn slechte mensen.” Verder merkt de psycholoog eigenlijk weinig verschil in haar dagelijks leven sinds het ontstaan van IS.

‘Ben jij terrorist?’

“Niet-moslims weten weinig over de islam”, vertelt islamitisch hulpverlener Hafid Mahla. “In de media vind je alleen maar negatieve berichten en dan zijn er ook nog eens rechtse partijen die enorm veel angst zaaien.” Het gevolg is volgens de hulpverlener dat niet-moslims onrustig zijn rondom hun islamitische landgenoten. “Het gebeurt niet vaak dat mensen mij zichtbaar beschuldigen, maar je voelt het wantrouwen. Mensen durven eigenlijk geen vragen te stellen. Vaak vertel ik dan maar uit mezelf, maar het is heel lastig om verdacht te worden van iets waar je niets aan kunt doen.” Als er al vragen worden gesteld, zijn dit volgens Mahla de verkeerde vragen. “Dan wordt gevraagd naar het verschil tussen jou en een terrorist. Sommige moslims gaan de discussies aan, andere nemen afstand van de islam.”

Abdessamad Taheri vertelt dat hij altijd iets moet overbruggen bij niet-moslims. “Het moet altijd eerst over mijn religie en achtergrond gaan voordat we het ergens anders over kunnen hebben. Je krijgt een etiket en zonder er bij stil te staan ga je toch gesprekken aan over de islam.” Na de aanslag op het Franse tijdschrift Charlie Hebdo waarbij twaalf mensen werden gedood door IS-aanhangers, was het klaar voor Taheri. “Ik kan niet bepalen wat de islam wel en niet is, maar dit is niet mijn islam.” Taheri richtte de Facebookpagina Nietmijnislam op. “De associatie met IS is er al, onterecht. Wat de oorzaak ook is, ik wil deel zijn van de oplossing.” Door middel van de pagina probeert Taheri duidelijk te maken dat niet alle moslims achter IS staan. Hij probeert de stap kleiner te maken voor moslims en niet-moslims om met elkaar in gesprek te gaan en zo de beeldvorming van de islam te verbeteren.

Verwarring

Veel moslims zijn boos en onzeker, denkt Stevens. Dat komt door de vragen van niet-moslims. Vaak kunnen Nederlandse moslims deze vragen niet beantwoorden, licht Stevens toe. “Moslims zijn zich onbewust gaan distantiëren van de islam. Ze geloven wel, maar weten eigenlijk heel weinig van hun religie. Dat ze vragen krijgen die ze niet kunnen beantwoorden, veroorzaakt een soort identiteitscrisis”, vertelt de hoofdredacteur van Moslim Vandaag. Volgens hem moeten moslims opnieuw op zoek binnen zichzelf. “Ineens moet je gaan kijken naar wat je vindt van koranverzen die gebruikt worden door massamoordenaars. Dat is ontzettend verwarrend.”

Moslims kijken het nieuws niet meer uit zelfbescherming

Ook hulpverlener Mahla vertelt over de verwarring die ontstaat onder moslims door de reacties die zij krijgen op hun religie. “Het is heel ingewikkeld. IS is een product van de geschiedenis. Toen IS net ontstond hebben zij gevochten tegen de Amerikaanse bezetting die veel ellende had veroorzaakt. Ze hebben gevangenen bevrijd die onterecht vast zaten en hielpen de Syrische rebellen. Toen beging de organisatie ineens vreselijke misdaden, wat zorgde voor veel dubbele gevoelens bij moslims die eerst achter IS stonden.” Tegenwoordig is volgens Mahla de moslimgemeenschap unaniem tegen de terreurorganisatie. Er is nu vooral boosheid en verdriet door de vreselijke dingen die er gebeuren. “Ik heb tijdens mijn werk meerdere moslims gesproken die het nieuws bijvoorbeeld niet meer volgen uit zelfbescherming.”

Wie zijn de ‘normale’, niet-radicale moslims van Nederland waar we het over hebben? Laila Elkhinifri woont in Maarssen en studeert Bedrijfskunde aan de Hogeschool van Amsterdam. Als bijbaantje werkt ze bij de railcatering. In de trein tussen Utrecht en Eindhoven verkoopt ze twee keer per week eten en drinken aan reizigers, ook nu tijdens de ramadan.

Eenheid binnen diversiteit

Heel veel zal er rondom de Nederlandse moslimgemeenschap niet veranderen, denkt Stevens. Volgens de bekeerling zijn de meeste moslims vooral bezig met normale, dagelijkse dingen zoals boodschappen doen en de huur kunnen betalen aan het eind van de maand. “Een duidelijk tegengeluid zal niet ontstaan: gematigde mensen zijn in alles gematigd. Die leggen het af tegen luide, radicale groepen.” Taheri denkt daar anders over: “We gaan een nieuwe fase in waarbij de boventoon is: ‘jij bent anders en dat is prima’. Vaak denken mensen dat andere zich maar moeten aanpassen, maar we moeten niet bepalen hoe een ander leeft. Het gaat nog een grote, politieke uitdaging worden, maar ik verwacht dat we ook in de politiek elkaar minder gaan onderscheiden. Eenheid binnen de diversiteit.”

Foto door Mrehan

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *